Rcha-Kaag
Ik klop het stof van mijn excentrieke borstharnas en kijk eens om me heen. Goh, verrassend; een industrieplaneet. Gedachten borrelen zich op in het omringende landschap. Het wil weten waarom ik het stoor na al die aeonen van rust. Er zijn geen wezens te bekennen, geen geluiden te horen en mijn probe registreert geen bewegingen. Deze planeet is dood, wat het nog beangstigender maakt dan al die talloze andere industrieplaneten waar ik ooit geweest ben, de fabrieken kijken naar me met een roestige Krey, een aanwezigheid waar ik het liever niet over heb. Voor de zekerheid haal ik mijn scimitars tevoorschijn, en baan me een weg door metalen struiken en zilveren echtscheidingen.
Eindelijk aangekomen op iets wat eens een marktplein was, ontwaar ik een portaal die me naar een zekere plek zal warpen. Nog altijd gretig op zoek naar nieuwe manieren van sterven spring ik het portaal binnen en sta binnen een seconde in het verleden. Direct word ik omsingeld door intelligente artificixeble wezens met een zekere affiniteit voor bloed en pijn. Paarse stralen schieten uit verborgen phasers, en met ontwrichte ledematen word ik naar onderzoekscentra verscheept. Het moge duidelijk zijn: ik ga nieuwe helse manieren van sterven ontdekken!
Eenmaal aangekomen in centrii wordt mijn gebroken lichaam op een, op een eng middeleeuws martelwerktuig gelijkend, device gehesen, en vastgekoppeld aan neuronentransz0r, en de welbekende doffe gele straal snijdt door de atmosfeer. Het rcha-kyr activeert en met de eveneens zeer bekende woorden: x91fuck toch op, man!x92 word ik voor de zoveelste keer de ruimte in geslingerd.

september 28, 2006 at 20:52
Jeej, hij is weer geweldig! :*