Vargrytt Ko’Rosh
Na lange omzwervingen was Vargrytt eindelijk aangekomen in het bevroren land der Naitriach:
een koude, verlaten vlakte zonder enige genade voor onvoorbereide reizigers. De omgeving is
het best te omschrijven als morbide. Het zat hem in de subtiele verschillen die Vargrytt
zo gewend was van thuis.
De lucht heeft een heel lichte ziekmakende paarse tint, en de weinige vegetatie die er te
vinden was had een zieke bleke kleur.
Vargrytt sleepte zich met moeite door het mogrothbos
en stapte vanuit het niet een spookachtig verlaten snelweg op. Een enkele Granth knipperde met een onheilspellend groenig licht.
‘Dit kan toch niet waar zijn he? Niet wxe9xe9r een ijzige industrieplaneet!? Alsjeblieft niet!
Ze hebben me daar nooit de gelegenheid gegeven om te sterven. Ik wil dood.’ Zulks waren de
macabere gedachten van onze gehate Vargrytt, die op andere planeten beter bekend is als Het
Penisbastaard.
Waarom hij aan die naam gekomen is? Geen idee, ik herschrijf ook alleen maar zijn verslagen,
die ik op onverklaarbare wijze op mijn trisakhbureau aantrof. De woorden zijn geschreven in
een taal die al aeonen niet meer gebezigd wordt. De taal behoorde toe aan een ras dat van
het xe9xe9n op het andere moment volledig uitgeroeid werd, tot aan de laatste huilerige opgepotte zaadcel toe. Dacht men. Mwhehe.
Het Penisbastaard overleefde die holocaust dankzij een roofzuchtige Krajj. De Krajj in kwestie is een ongelooflijk stom beest, ik bedoel, het kan niet eens de Agnarix van een derde
Mworq benoemen! Welk een hufter.
Maargoed, Vargrytt overleefde die holocaust dus. Wat een pech voor hem, want toen hij er na
een kleine 751 jaar achter kwam dat hij misschien toch een klein beetje anders dan de
pulphuidige bewoners van zijn (tweede) thuisplaneet, Julynn, was, wilde hij niets liever dan
sterven om zijn geest bij de voorvaderen van zijn ras te voegen.
Oja, de snelweg. Ja, die was verlaten, verder boeit ie totaal niet.
Het vreemde is wel dat de natuurwetten hier ietsje anders toegepast worden. Er kan hier
namelijk op geluid gekauwd worden, en je zult er versteld van staan hoe goed dat kan
smaken!
Rewarp mind. X122421-12089y8
Ik keek eens naar links en ontwaarde een amorphe zandsschyldyryn, en besloot zijn kant op te
lopen en de weg naar de hoofdstad te vragen. Het wezen zag me aan komen lopen en bevroor in
zijn bewegingen. Zijn lichaam staakte ook meteen alle vormen van werken en de zandsschyldyryn
viel voor mijn ogen dood neer. Ik staarde vol onbegrip naar het uiteenvallende lijk en kon een
giechel niet onderdrukken; het scheen bang voor me te zijn! Ik liep vrolijk verder, en gedachteloos
voegde het rare huppeltje die ik op Oqii H’ryarghoz aanschouwd heb zich toe aan mijn voortgang.
Na een tijdje zo gelopen te hebben, stopte ik eventjes langs de kant van de snelweg om te rusten. Ik
had nu meer tijd om mijn omgevinjg in ogenschouw te nemen. Een snelle blik leerde me alvast dat de
mijn omringende objecten er verwrongen uitzagen, alsof ze gebukt gaan onder een onmenselijk lijden.
Plots werd ik overvallen door een scala aan geluiden, die zich in alle toonaarden aan mij openbaarden.
Ik spitste mijn oren en begon klanken te herkennen. ‘Vargrytt… Ko… Rosh. Kom, kom…’ Ko Rosh? Wat
mocht dat in Jahrl’s naam betekenen? Een titel? Zien ze me als voedsel om in hun hongerige muilen te
steken, om aldus hun eeuwige honger hopen te stillen?
Nee. Het besef dringt als een schok tot me door.
Het is mijn naam. Mijn langvergeten naam!! Ik, Vargrytt Ko’Rosh!
Mijn benen worden slap en ik val op de onregelmatige grond. Dit moet mijn echte thuisplaneet zijn!
Een jammerklacht ontsnapt me als ik iets met hoge snelheid op me af zie komen, het is de welbekende
dofgele straal die zich altijd vanuit ontelbare ruimte-continuxe4 in mijn richting begeeft, net op het
moment dat ik xf3f een belangrijke ontdekking doe, xf3f op het punt sta om te sterven.
Een fractie van een nanoseconde later omgeeft het licht en met de woorden ‘fuck toch op, man!’ word ik
voor de zoveelste keer de ruimte ingeslingerd.
