Arch nrakh, kimek fghaz?
Op een goudgele winternacht struinde ik door mosvergroeide nraukaachbossen, geheel ontwetend van het lot dat mij wachtte. Ik knuffelde hier ende daar een vergeten wombat, genietend van de kwilzilveren geneugten des omgevings die mijn ingewanden vermochten beroeren. Hier houden mijn herinnneringen aan die tijd even op. Ik werd wakker in een nauw omsluitende ruimte die toch best onverlicht was.
Het enige kauwbare geluid was de raspende ademhaling mijns persoons. Ik wriemelde een beetje heen en weer en sloeg met mijn voorhoofd een gat in de houten plank boven me, en de wereld stortte zich vol wrevel op mij neder. Ik proefde dikke, zwarte aarde, en de angst sloeg toe: ik was levend begraven!
Ik klauwde me in een onbekend tijdsbestek enkele meters omhoog, en met een zucht van verlichting zag ik de open lucht weer. Maanlicht scheen op mijn verwrongen gestalte neer. Meteen kreeg ik de tweede grote schok van dat moment: ik was niet menselijk meer, maar veranderd in een eeuwig aan honger lijdend wezen: ik was een ghoul.
Kreunend van de honger strompelde ik voort naar het dichtstbijzijnde huis en ging de trap. Waarom weet ik niet, maar ik voelde dat ik gevolgd werd. Ik keek tussen de spijlen naar beneden en ontwaarde een al wat oudere man met snor en hoed die mij nauwlettend in de gaten hield, en mijn progressie in een klein boekje opschreef. Snel de deur dicht en de huiskamer in!
Daar aangekomen keek een man me aan en sprak de volgende woorden: "Justin, ga jij even om chinees? Ik heb voor jou een halve kip in kerriesaus besteld. Vind je vast wel lekker. Hier is het geld, enneh, man wat zie jij bleek en maf!"
Met tranen in mijn ogen wegens die totale desinteresse stormde ik de trap af, om alsnog op zolder aan te komen. Daar likte ik een modern wapen dat verbouwd was tot het leek op iets uit de victoriaanse tijd. Raar. Wel smakelijk trouwens, daar niet van. Na het likken deed ik de zolderdeur open en zag een enigszins lelijk en dik meisje achter een computer zitten. Ze speelde futuristische spelletjes en was stiekem een beetje naakt, waardoor ik vele huiveringwekkende vergroeiingen waarnam. Het is te gruwelijk om haar hier te beschrijven, maar reken maar dat ik er slecht van geslapen heb.
Ik kuchte beleefd en groette haar met een: "archg nrakh, kimek fghaz?", waarop ze gillend uit haar stoel sprong en ze zich met vreemde zijdelingse bewegingen uit mijn blikveld trachtte te verplaatsen. Ik bleef haar echter volgen, omdat de games die ze speelde (en de meerdere verbouwde apparatuur op haar kamertje me intrigeerde) mij wel vrij interessant leken. Uiteindelijk gaf ze de halfhartige vluchtpoging op, klom terug op haar stoel en startte een uiterst vermakelijke conversatie met mij.
Tijdens een redevoering over ghoul-esque manifestaties mijnerzijds, keek ik eens op de klok en schrok me kapot. Het was al 22:30u! Ik had 4 uur geleden bij de chinees moeten staan! Met een vuige dreun op haar gelaat nam ik afscheid, rende naar boven en kwam aldus op de begane grond terecht, opende de woonkamerdeur en werd met ijzige stilte begroet. Ik schuifelde beschaamd naar mijn koudgeworden hoopte chinees voedsel en werkte dat mistroostig naar binnen.
