Auteur Archief: curieus

Raar

Jaja mensen, na enige tijd van afwezigheid is er weer absurd gedroomd!

Ik droomde dat ik in een of ander groot huis was, met een enorme woonkamer. Er kwamen maarliefst 3 trappen op uit, links, rechts en in het midden van de woonkamer. Er was allerlei volk aanwezig, puur en alleen om elkaar te neuken.

Ik kijk wat rond en zie een mooi meisje op een der vele aanwezige banken zitten en loop op haar af. Ik pak haar bij haar arm en wil haar mee naar boven nemen. Ik ging via de linkertrap omhoog, en zij via de middelste.

Eenmaal boven aangekomen bevinden we ons op een uiterst muffe zolder, waar een ondefinieerbaar aantal gruwelijk misvormde mensen seks met elkaar heeft op stoelen, banken, matrassen, de grond en een verdwaalde poef.

Het meisje kijkt om zich heen en begint te huilen. Ze was volgens eigen zeggen jaloers op het uiterlijk van de anderen, en vluchtte naar het balkon. Lichtelijk verbaasd bleef ik even besluiteloos staan, alvorens het heft in eigen handen te nemen en een ander meisje mee te nemen naar een bank. Daar heb ik vieze seks met haar gehad, en stapte even later ook het balkon op. Het balkon was, ondanks het feit dat we enkele verdiepingen hebben beklommen, op straatniveau.

Ik liep enkele straten door en zat ineens op de fiets van mn moeder. Omdat ik een beetje honger kreeg, en ook gewoon naar huis wilde, vroeg ik aan een stratenmaker waar ik was. Ik bleek in Denekamp te zijn, wat uiterst vreemd is, aangezien het grote huis slechts een straat verder bij mijn stekkie vandaan staat.

Ik fiets maar verder, want ik wilde sowieso terug in Amersfoort komen, en sta ineens met fiets en al in de gang van een grote villa. Ik hoorde stemmen uit de woonkamer komen, parkeerde mijn fiets onder dure jassen en begaf me richting het geroezemoes.

Enkele stappen later kijk ik om de hoek de woonkamer in en zie een flinke hoeveelheid rijkelui bourgondisch zitten schransen. Een flinke angst maakt zich meester van me, maar deze schud ik van me af en begeef me onder hen.

Na wat happen eten besluit ik weer weg te gaan. Via een nogal goedkoop achterdeurtje onvlucht ik de villa en sta plotsklaps in hartje Rotterdam. Daar aanschouw ik een dikke negerin die haar 19 aanwezige kinderen verrot scheld en hen vertelt dat ze achterop de fiets moeten komen zitten, want papa's korfbalwedstrijd zou elk moment beginnen.

Met enige vrees heb ik dit een tijdje aangekeken en liep daarna maar verder. Ik sloeg een hoek om, en werd wakker in mijn eigen bed.

Raar.

juni 29, 2010
By on 23:32
De nutteloze generatie

Ik zit zoeens te denken.

Eigenlijk zijn wij best wel een nutteloze generatie in de geschiedenis. Er gebeurt niks. Geen oorlog, geen honger, geen grote pestepidemixeben, geen gekloot met wie dan ook. Ok, er hangt een groepje jongeren rond die de boel verpest voor de grote massa. En dat is dan alles. Wij maken ons zorgen om de kleinste bullshit.

De vorige generaties hadden last van de 2 grote oorlogen, generaties daarvoor hadden honger, een hard bestaan. Wij hoeven helemaal nergens om te vechten of wat dan ook. We worden geboren, gaan naar school, werken voor verschillende bazen, leven ons leven en zullen daarna sterven.

Ik word er soms gewoon zo ontzettend moedeloos van. De tussengeneratie die niks te doen heeft. Waar doe we het allemaal voor? Vertel mij maar eens wat het nut is van het leven in het NU?

Soms denk ik weleens, laat er maar weer eens een oorlog komen! Laat de aarde even naar de tyfus gaan, dan heb je tenminste een doel voor ogen om te leven. De hedendaagse tiener/jongere hoeft zich nergens zorgen om te maken, behalve wachten op het weekend zodat ie weer kan zuipen met zn vrienden.

Sommigen leven ervoor om veel geld te verdienen of om een grote sporter te worden. Het doet er niet toe. Geld maakt niet gelukkig en als groot sporter eindig je als een regel tekst in de nieuwe Guinness Book of Records, en dat was het dan. Samen met je 15 minutes of fame of TV.

Ik weet zelf ook niet wat je nu precies van je leven moet maken als onderdeel van de tussengeneratie, daarom vraag ik andere Fok!kers om hun mening.

Geschreven in 3 minuten tijd, ik groet u vanuit Capelle a/d IJssel,

Moredhel

september 22, 2009
By on 04:35
Arch nrakh, kimek fghaz?

Op een goudgele winternacht struinde ik door mosvergroeide nraukaachbossen, geheel ontwetend van het lot dat mij wachtte. Ik knuffelde hier ende daar een vergeten wombat, genietend van de kwilzilveren geneugten des omgevings die mijn ingewanden vermochten beroeren. Hier houden mijn herinnneringen aan die tijd even op. Ik werd wakker in een nauw omsluitende ruimte die toch best onverlicht was.

Het enige kauwbare geluid was de raspende ademhaling mijns persoons. Ik wriemelde een beetje heen en weer en sloeg met mijn voorhoofd een gat in de houten plank boven me, en de wereld stortte zich vol wrevel op mij neder. Ik proefde dikke, zwarte aarde, en de angst sloeg toe: ik was levend begraven!

Ik klauwde me in een onbekend tijdsbestek enkele meters omhoog, en met een zucht van verlichting zag ik de open lucht weer. Maanlicht scheen op mijn verwrongen gestalte neer. Meteen kreeg ik de tweede grote schok van dat moment: ik was niet menselijk meer, maar veranderd in een eeuwig aan honger lijdend wezen: ik was een ghoul.

Kreunend van de honger strompelde ik voort naar het dichtstbijzijnde huis en ging de trap. Waarom weet ik niet, maar ik voelde dat ik gevolgd werd. Ik keek tussen de spijlen naar beneden en ontwaarde een al wat oudere man met snor en hoed die mij nauwlettend in de gaten hield, en mijn progressie in een klein boekje opschreef. Snel de deur dicht en de huiskamer in!

Daar aangekomen keek een man me aan en sprak de volgende woorden: "Justin, ga jij even om chinees? Ik heb voor jou een halve kip in kerriesaus besteld. Vind je vast wel lekker. Hier is het geld, enneh, man wat zie jij bleek en maf!"

Met tranen in mijn ogen wegens die totale desinteresse stormde ik de trap af, om alsnog op zolder aan te komen. Daar likte ik een modern wapen dat verbouwd was tot het leek op iets uit de victoriaanse tijd. Raar. Wel smakelijk trouwens, daar niet van. Na het likken deed ik de zolderdeur open en zag een enigszins lelijk en dik meisje achter een computer zitten. Ze speelde futuristische spelletjes en was stiekem een beetje naakt, waardoor ik vele huiveringwekkende vergroeiingen waarnam. Het is te gruwelijk om haar hier te beschrijven, maar reken maar dat ik er slecht van geslapen heb.

Ik kuchte beleefd en groette haar met een: "archg nrakh, kimek fghaz?", waarop ze gillend uit haar stoel sprong en ze zich met vreemde zijdelingse bewegingen uit mijn blikveld trachtte te verplaatsen. Ik bleef haar echter volgen, omdat de games die ze speelde (en de meerdere verbouwde apparatuur op haar kamertje me intrigeerde) mij wel vrij interessant leken. Uiteindelijk gaf ze de halfhartige vluchtpoging op, klom terug op haar stoel en startte een uiterst vermakelijke conversatie met mij.

Tijdens een redevoering over ghoul-esque manifestaties mijnerzijds, keek ik eens op de klok en schrok me kapot. Het was al 22:30u! Ik had 4 uur geleden bij de chinees moeten staan! Met een vuige dreun op haar gelaat nam ik afscheid, rende naar boven en kwam aldus op de begane grond terecht, opende de woonkamerdeur en werd met ijzige stilte begroet. Ik schuifelde beschaamd naar mijn koudgeworden hoopte chinees voedsel en werkte dat mistroostig naar binnen.

april 2, 2008
By on 16:09
Vargrytt Ko’Rosh

Na lange omzwervingen was Vargrytt eindelijk aangekomen in het bevroren land der Naitriach:
een koude, verlaten vlakte zonder enige genade voor onvoorbereide reizigers. De omgeving is
het best te omschrijven als morbide. Het zat hem in de subtiele verschillen die Vargrytt
zo gewend was van thuis.

De lucht heeft een heel lichte ziekmakende paarse tint, en de weinige vegetatie die er te
vinden was had een zieke bleke kleur.

Vargrytt sleepte zich met moeite door het mogrothbos
en stapte vanuit het niet een spookachtig verlaten snelweg op. Een enkele Granth knipperde met een onheilspellend groenig licht.

‘Dit kan toch niet waar zijn he? Niet wxe9xe9r een ijzige industrieplaneet!? Alsjeblieft niet!
Ze hebben me daar nooit de gelegenheid gegeven om te sterven. Ik wil dood.’ Zulks waren de
macabere gedachten van onze gehate Vargrytt, die op andere planeten beter bekend is als Het
Penisbastaard.

Waarom hij aan die naam gekomen is? Geen idee, ik herschrijf ook alleen maar zijn verslagen,
die ik op onverklaarbare wijze op mijn trisakhbureau aantrof. De woorden zijn geschreven in
een taal die al aeonen niet meer gebezigd wordt. De taal behoorde toe aan een ras dat van
het xe9xe9n op het andere moment volledig uitgeroeid werd, tot aan de laatste huilerige opgepotte zaadcel toe. Dacht men. Mwhehe.

Het Penisbastaard overleefde die holocaust dankzij een roofzuchtige Krajj. De Krajj in kwestie is een ongelooflijk stom beest, ik bedoel, het kan niet eens de Agnarix van een derde
Mworq benoemen! Welk een hufter.

Maargoed, Vargrytt overleefde die holocaust dus. Wat een pech voor hem, want toen hij er na
een kleine 751 jaar achter kwam dat hij misschien toch een klein beetje anders dan de
pulphuidige bewoners van zijn (tweede) thuisplaneet, Julynn, was, wilde hij niets liever dan
sterven om zijn geest bij de voorvaderen van zijn ras te voegen.

Oja, de snelweg. Ja, die was verlaten, verder boeit ie totaal niet.

Het vreemde is wel dat de natuurwetten hier ietsje anders toegepast worden. Er kan hier
namelijk op geluid gekauwd worden, en je zult er versteld van staan hoe goed dat kan
smaken!

Rewarp mind. X122421-12089y8

Ik keek eens naar links en ontwaarde een amorphe zandsschyldyryn, en besloot zijn kant op te
lopen en de weg naar de hoofdstad te vragen. Het wezen zag me aan komen lopen en bevroor in
zijn bewegingen. Zijn lichaam staakte ook meteen alle vormen van werken en de zandsschyldyryn
viel voor mijn ogen dood neer. Ik staarde vol onbegrip naar het uiteenvallende lijk en kon een
giechel niet onderdrukken; het scheen bang voor me te zijn! Ik liep vrolijk verder, en gedachteloos
voegde het rare huppeltje die ik op Oqii H’ryarghoz aanschouwd heb zich toe aan mijn voortgang.

Na een tijdje zo gelopen te hebben, stopte ik eventjes langs de kant van de snelweg om te rusten. Ik
had nu meer tijd om mijn omgevinjg in ogenschouw te nemen. Een snelle blik leerde me alvast dat de
mijn omringende objecten er verwrongen uitzagen, alsof ze gebukt gaan onder een onmenselijk lijden.
Plots werd ik overvallen door een scala aan geluiden, die zich in alle toonaarden aan mij openbaarden.
Ik spitste mijn oren en begon klanken te herkennen. ‘Vargrytt… Ko… Rosh. Kom, kom…’ Ko Rosh? Wat
mocht dat in Jahrl’s naam betekenen? Een titel? Zien ze me als voedsel om in hun hongerige muilen te
steken, om aldus hun eeuwige honger hopen te stillen?

Nee. Het besef dringt als een schok tot me door.
Het is mijn naam. Mijn langvergeten naam!! Ik, Vargrytt Ko’Rosh!

Mijn benen worden slap en ik val op de onregelmatige grond. Dit moet mijn echte thuisplaneet zijn!

Een jammerklacht ontsnapt me als ik iets met hoge snelheid op me af zie komen, het is de welbekende
dofgele straal die zich altijd vanuit ontelbare ruimte-continuxe4 in mijn richting begeeft, net op het
moment dat ik xf3f een belangrijke ontdekking doe, xf3f op het punt sta om te sterven.

Een fractie van een nanoseconde later omgeeft het licht en met de woorden ‘fuck toch op, man!’ word ik
voor de zoveelste keer de ruimte ingeslingerd.

november 15, 2006
By on 21:23
geselecteerd als gefixeerd bericht

Hallo
Waarschuwing:

Deze log bevat teksten die uw denkvermogen (of onvermogen) te boven gaan. Wij zijn niet aansprakelijk voor urineverlies, verminderde hersenactiviteit, en andere ongemakkelijke situaties.

Ieder ander persoon met een fatsoenlijk stel hersens is welkom.

- Moredhel
- Tleilaxu
- SleepleSS


By on 07:57
Rcha-Kaag

Ik klop het stof van mijn excentrieke borstharnas en kijk eens om me heen. Goh, verrassend; een industrieplaneet. Gedachten borrelen zich op in het omringende landschap. Het wil weten waarom ik het stoor na al die aeonen van rust. Er zijn geen wezens te bekennen, geen geluiden te horen en mijn probe registreert geen bewegingen. Deze planeet is dood, wat het nog beangstigender maakt dan al die talloze andere industrieplaneten waar ik ooit geweest ben, de fabrieken kijken naar me met een roestige Krey, een aanwezigheid waar ik het liever niet over heb. Voor de zekerheid haal ik mijn scimitars tevoorschijn, en baan me een weg door metalen struiken en zilveren echtscheidingen.

Eindelijk aangekomen op iets wat eens een marktplein was, ontwaar ik een portaal die me naar een zekere plek zal warpen. Nog altijd gretig op zoek naar nieuwe manieren van sterven spring ik het portaal binnen en sta binnen een seconde in het verleden. Direct word ik omsingeld door intelligente artificixeble wezens met een zekere affiniteit voor bloed en pijn. Paarse stralen schieten uit verborgen phasers, en met ontwrichte ledematen word ik naar onderzoekscentra verscheept. Het moge duidelijk zijn: ik ga nieuwe helse manieren van sterven ontdekken!

Eenmaal aangekomen in centrii wordt mijn gebroken lichaam op een, op een eng middeleeuws martelwerktuig gelijkend, device gehesen, en vastgekoppeld aan neuronentransz0r, en de welbekende doffe gele straal snijdt door de atmosfeer. Het rcha-kyr activeert en met de eveneens zeer bekende woorden: x91fuck toch op, man!x92 word ik voor de zoveelste keer de ruimte in geslingerd.

september 28, 2006
By on 19:59
Vilnius, Letland

Het moet wel totale crap zijn om er te wonen. Ik krijg visioenen van grauwe flats en lelijke mensen die half verrot voedsel in tandeloze monden schuiven.

Tot dusver mijn mening over Vilnius.

september 14, 2006
By on 08:02
Wederom Absurd

Ja mensen, er is wederom vaag gedroomd!

Ik liep met Wouter over een of ander parkeerterrein, en we zagen een vrij mooie Ford Escort staan. Ik zei tegen W: ‘hmm, ik kan wel een auto gebruiken’, dus Wouter loopt een gebouwtje binnen en betaalt 200 euro voor die auto, komt terug met de sleutel en gaat achter het stuur zitten. Toen zijn we van plaats verwisseld en ging ik een stukje scheuren.

De remmen bleken net zo slecht te zijn als die van mijn fiets.

Even later kwamen we in een wijk terecht die ik kende, we waren in Sluis (al ben ik daar nooit geweest), en reden we naar een of ander heel vaag feest toe. Toen we bij de stoplichten aankwamen reed ik nog steeds, maar zat ik ineens achter de passagiersstoel. Ik riep: “Sebastiaan, kop omlaag, ik zie niks!”

Even later kwamen we dus bij dat feest aan, wat meer op een vaag religieus iets leek. Er werd in een bak een kaars aangestoken, en iedereen moest de vlam kussen. Daarna zag ik Carina ineens tussen het publiek staan. Er ging iemand rond met een flinke beker vloeibaar kaarsvet rond, want dat moest opgedronken worden. Die kerel liep uiteraard naar haar toe en Carina zei: ‘nee dankje, mijn maag kan dat niet aan’.

Vervolgens werd heel Sluis pissig op ons en kwam met allerlei wapentuig achter ons aan, we sprintten weer naar de auto, scheurden weg en reden ons te pletter tegen een muur van staal die door iemand gesummoned werd.

- einde -

april 2, 2006
By on 15:57
AAAAHHH Fucking Eng!!

Jaja, uw lokale kroeghomo heeft weer eens iets kort maar krachtigs te vertellen: ik heb weer eens ZEER eng gedroomd

Ik droomde dat er een paardenhoofd op 10 dikke spinnenpoten door mijn kamer rende. Terwijl het me aankeek om me aan te vallen, miauwde het op zo’n doodse, klaaglijke manier, dat ik het uitschreeuwde van een fantoompijn in mijn derde hersengolf. Het wezen bestormde me vervolgens en beet in mijn arm. Gif baande zich een weg in mijn lichaam, nadat het uit de 5 vlijmschermde giftanden spoot die het wezen rijk was.

Vervolgens stierf ik, met het wezen op mijn gezicht, dat me keihard uitlachte.

Dit nooit meer.

februari 28, 2006
By on 23:21
Oqii H’ryarghoz

En ja hoor, het is me weer gelukt! Ik blijk ergens op de bodem van wxe9xe9r een ranzige industrieplaneet te liggen…

Huiverend van een magische kou ga ik rechtop staan en kijk eens op mn gemakje om me heen. Vijfbenige wezens hebben mij blijkbaar omsingeld. Ze lachen me uit. Ze wijzen naar me met sprieterige armpjes. Tussen de vele, vele vingers springen vonkjes heen en weer, alsof ze op die manier communiceren.

“Arrok’h!! Aufstehen! Jetzt!”. Godverdomme, een Duitse industrieplaneet nog maar liefst. Daar gaan mijn dagdromen over lieflijke lichtblauwe huppelmeisjes die me met een Zweeds accent een bordje plasma aanbieden, terwijl ik comfortabel achterover leun in een stoelhond.

“Mitkommen, Arrok’h! Links, rechts, links, rechts!” ‘Ja godver, ik ben toch geen Ykaag die je overal naartoe kunt dwingen door Duits te praten?’ Het ‘befehl ist befehl’-gehalte op deze planeet begint me nu al de strot uit te komen. Ik trek mijn scimitars, kijk de bewakers grijnzend aan terwijl wormvormig kwijl zich vanuit mijn dubbele asynchrone axlotltanks doet gelden, en rijkelijk naar buiten stroomt. De mannen weten niet wat ze moeten doen, en kijken elkaar vertwijfeld aan. Dit hebben ze nog nooit meegemaakt, een Arrok’h die zich tegen hen verzet. Jammerend keren ze zich naar hun leider, die zelf ook al de tranen in de ogen heeft staan en met een bibberlipje ‘Bitte? Mitkommen?’ vraagt. Neuh, niks ervan.

Met moord in de ogen spring ik op de Gruppenfxfchrer af en begraaf de punten van mijn scimitars in zijn longen, die volledig doorboord worden. Met een ruk draai ik me om naar de resterende 5 bewakers, die zich gillend als meisjes uit de benen maken, een raar huppeltje in hun gang: *ren, ren, ren, huppel, ren, ren, ren, huppel, ren*. Homo’s.

Ik veeg het paarse bloed van mijn scimitars af aan de mantel van de Gruppenfxfchrer en steek ze terug in hun houders.

Net op het moment dat ik besloten heb om de stad te verkennen, schiet er een dofgele straal uit de lucht en met de nu al legendarische woorden: ‘Fuck toch op, man!’ word ik de ruimte ingeslingerd.

februari 1, 2006
By on 02:33